terug naar vorige pagina


MEISJESPORTRET
Olieverf op paneel 36 x 28 cm

J. P. Van Boxel kreeg zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Al vroeg in zijn carrière demonstreerde hij zijn buitengewoon goede beheersing van de schilderstechniek in talloze genretaferelen en stillevens, die hij onder meer maakte in opdracht van kunsthandels en waarmee hij aanvankelijk in zijn levensonderhoud voorziet. In de loop van zijn carrière ontwikkelde Van Boxel zich tot een uitmuntend portrettist. Behalve naar een goede gelijkenis zocht hij ook naar het karakter van zijn onderwerpen en trachtte dit in de houding of de gelaatsuitdrukking weer te geven. Daarnaast hield hij vast aan de stelling van zijn leermeester J.G. Heijberg: “Er is geen achtergrond, er is alleen kleur. De ene kleur roept de andere op en samen moeten ze tot in alle hoeken een harmonieus geheel vormen”. Naast veel opdrachten schilderde hij portretten van zijn collega kunstenaars en een lange reeks van zelfportretten. Zijn zelfportretten exposeerde hij zelden. Toen hij in 1986 na lang aandringen -"wie wil er nou tegen zo'n smoel aankijken"- een groot zelfportret exposeerde in Pulchri Studio, won hij prompt de prestigieuze Jacob Hartogprijs. De buurman van Van Boxel, de aquarellist Ru de Bruyn Ouboter, stimuleerde hem om in aquarel te gaan werken. Het werd een passie. Gezeten op een laag krukje schilderde hij, voorovergebogen, met een dikke kwast op grote vellen papier die voor hem op de grond lagen. Veelal beeldde hij het interieur van zijn atelier af, met de talloze voorwerpen die hij daar verzameld had en de vazen met bijna uitgebloeide bloemen. Keer op keer probeerde hij de juiste kleuraccoorden te vinden om de glazen vazen, de verdroogde bloemen, beeldjes en andere voorwerpen weer te geven. Behalve zijn ‘ateliertafels’ schilderde hij ook de grote bouwprojecten die in de jaren zestig en zeventig in Den Haag plaatsvonden. Ongestoord door omstanders werkte hij dan aan de rand van bouwputten en bij graafwerkzaamheden in het spoor van zijn grote voorbeeld Breitner, want ook Van Boxel was geboeid door 'slib, slijk en zand'. Ook vertoefde hij graag in de duinen. Zijn geaquarelleerde duinlandschappen -uitgevoerd in gedempte tinten als grijs, groen, bruin en lila- behoren tot zijn meest persoonlijke werken en zijn hoogtepunten in zijn oeuvre. Tekst: Museum Rijswijk